Feeds:
Berichten
Reacties

Warm en koud

Over bloedneuzen en een nieuw lessenrooster in je agenda schrijven. Over een grote zwarte vogel die in een boom zat, boven een bevroren rivier waar mensen bakstenen op gegooid hadden. In Moskou zou het geen waar geweest zijn, dacht ik, daar zijn ze wel wat meer gewoon dan twee weken onafgebroken vriestemperaturen. We sliepen in een sovjetstijlhotel, en het ontbijt was Russisch, wat sommige medereizigers blijkbaar hoogst verbazingwekkend vonden. Ik vond het lekker, pap en gerookte kaas en eitjes en brood met van die echte romige boter en koffie a volonté. Wat wenst een mens nog meer? Vers fruit misschien. Gelukkig konden we voor 250 roebel (voor wie zich de Belgische frank nog herinnert, 1 frank is 1 roebel) een glaasje versgeperst fruitsap drinken in het restaurant waar we net champignonsoep uit een uitgehold brood hadden gegeten. Met we bedoel ik de marsman, dat wezen dat mij nogal eens pleegt te vergezellen op reizen. Om even over het eten door te gaan, dat deden we in een stalovaja ofte cafetaria. Ik probeerde de borsj en de sjie en de bliny en de kartofli en we betaalden zeer weinig. En toen gingen we naar de andere kant van de stad, naar de duurste bakkerij, en bestelden taartjes en cappuccino’s die dubbel zoveel kostten als ons volledig middagmaal.

Moskou is een indrukwekkende stad. Statig, robuust, breed, romantisch, koud en groots. De vrouwen dragen bontmantels en de politie loopt in groepjes rond, de meesten hebben nog jeugdpuistjes. Het rode plein is zo mooi zoals ze het beschrijven, en dat de sneeuw blijft liggen op de daken van de kleurrijke kerken zal mij altijd bijblijven. Slenteren was niet aan de orde, de twee middelste teentjes van mijn linkervoet konden dat niet goed aan, ook al had ik een kousenbroek, thermische kousen en een lange broek aan in bergschoenen. Pjotr, de Russische collega van mijn vader, toonde ons het Tretjakovskaja, dé Moskouse trots, maar ik was meer geïnteresseerd in zijn politieke opvattingen en onder de indruk van zijn talent om mijn vragen ontwijkend te beantwoorden. Alleen over de ingeweken Kazachen was hij zeer duidelijk: Ai Cheeit Dem.

Tijdens de drie uur durende balletvoorstelling waarvoor we de allerlaatste tickets hadden kunnen bemachtigen, elk aan de andere kant van de zaal, bereikten mijn examenresultaten mij. Mijn negen was geen verrassing maar toch niet echt leuk. De opgedofte jongedames op naaldhakken trokken zich er niets van aan. Zij paradeerden parmantig tijdens de pauzes en werkten hun make-up in elke spiegel bij en wij voelden ons twee boerinnetjes. Weer in België ben ik blij dat ik mijn getailleerde blauwe jas weer aan kan, en kousenbroeken, en jurkjes, en dat mijn haar niet meer aan mijn gezicht plakt door de kou en de kap van mijn oversized geleende ski-jas. De lessen zijn begonnen en ik heb nog niet genoeg geslapen. Ik droom vreemde dingen en soms zijn mijn hoofd en mijn hart het niet met elkaar eens. Ik las in een boek over de hersens dat zonlicht belangrijk is. Dat het maar gauw lente wordt, dat mijn gemoed maar gauw wat lichter wordt, dat mijn glimlach maar gauw weer onafgebroken is. Dat ik maar gauw rust vind. Ook al weet ik dat dat laatste stilaan een utopie lijkt te worden.

Ik zal hier weer wat meer proberen te schrijven. Ik heb mijn redenen. Zelfcensuur is een koord waarop het moeilijk dansen is. Dat is een slechte metafoor. Zoals vandaag nog, toen ik mezelf vergeleek met een microgolfoven van de kringloopwinkel, die nog perfect werkt, maar waarvan je weet dat hij in een ander huis heeft gestaan, en daar helemaal ander voedsel heeft opgewarmd.

Uitsmijter: Waarom zijn de wachtrijen in biowinkels altijd zo lang?

22u15

Ik weet niet zo goed of mijn ademhaling afgestemd is op het kloppen van mijn hart, of omgekeerd. De lamp in de living is kapot. De cornflakes zijn van Nestlé en ze zijn eigenlijk voor het ontbijt. Ik kon het niet laten. Ik haastte me naar de rode cinema maar ik was te laat. Ik keerde terug. Ik wist niet goed wat doen. Je zou langskomen maar er kwamen partituren tussen, en wantjes, en vast ook een verdwaald energiedrankje, samenvattingen, stoelen die kraken en de Wondelgemstraat, waar dubbelparkeren de norm is en een chocoladekoek nog een halve euro kost, en een brood tachtig cent.

Ik voel me een beetje verdwaald en dat is al een tijdje geleden. Ik keer dan terug naar hier, waar een leeg scherm een leeg blad papier voorstelt en mijn statistieken mij weinig meer vertellen dan dat een handvol trouwe lezers hier elke dag eens passeert. Vandaag heb ik selderpuree gemaakt maar hij was wat flets. De pastinaakpuree vorige week was beter gelukt. Ik luister naar jazz ook al begrijp ik dat niet altijd goed. Mensen vertellen mij verhalen en ik luister graag. We praten over een vrouw die een buitenman heeft, naast haar echtgenoot, waar ze één keer om de drie weken naartoe mag van haar man. En hij heeft ook een buitenvrouw. We praten hoe dat zou zijn, en of dat zou lukken, en dat het moeilijk is, zo met meer dan twee in een relatie. Ik glimlach even naar het computerscherm. Ik lees PostSecret, omdat ik weet dat ik me dan beter zal voelen. Maar eigenlijk gaat het goed met mij. Ik mag gewoon niet beginnen nadenken. Het is halftwaalf. Dat is vroeg, maar ook laat. Morgen haal ik in wat vandaag niet meer gelukt is. Om 22u15. Met een dekentje.

Gewichtige woorden

Zou ik nog eens schrijven dat de regen tegen onze muren en ruiten beukt? Zou ik nog eens schrijven dat mijn zelfgebreide wantjes liggen te drogen op de verwarming, dat mijn schoenen daar ook staan, en mijn regenbroek en muts en jas en sjaal? Ik heb nu een grote doos Nesquick gekocht en ik beloon mezelf daarmee ook als ik het niet verdiend heb. Vandaag vroeg de jongen die naast me zat in de les om notities, niet echt, hij insinueerde het en ik stelde het voor. We deden een ruildienst, aan de ingang van Ledeberg, in de gietende regen, we glimlachten en hij woont bij de zus van mijn blondste huisgenootje. En het toeval en dat de wereld toch klein is en dat we ooit eens samen mondeling examen hadden omdat onze namen dicht bij elkaar liggen in het alfabet.

De professor van een vak waar ik helaas niet kon aanwezig zijn (vandaar de notitieruil) gaf de tragen onder ons de kans om toch nog te reageren op een forum over de relatie tussen mondialisering en global governance. Twee van de twintig punten. Ik maak de overweging. Mij potentieel belachelijk maken of potentieel geen tien op twintig halen. Ik lees de bijdragen van de anderen en merk dat moeilijke woorden en zinnen zoals ‘an sich’ en ‘in hetzelfde bedje ziek’, ‘winstmaximalisatie’ en ‘negorij’ duidelijk vereist zijn. Mag ik anders hier eens oefenen? Ik wil zeggen, voor twee punten, of met één ben ik ook al tevreden, dat ik geloof dat de mens, de mensheid, de staten, regeringleiders, al wie iets te zeggen heeft in deze wereld, intrinsiek egoïstisch is. Landen maken beslissingen op mondiale fora die vooral hun eigen belangen dienen. Wat zou jij doen, vraag ik aan mijn blondste huisgenootje, zou je de huur betalen van iemand die je niet kent gewoon omdat die problemen heeft? Nee, zegt ze. Ik vraag aan de jongen die ook Nesquick drinkt of ik dat zou schrijven. Hij grinnikt. Canada stapt uit het Kyotoprotocol omdat het anders een boete moet betalen wegens het niet halen van de doelstellingen. Ze willen het hun belastingbetalers niet aandoen. Hoe zou je zelf zijn?

Dat is een beetje mijn probleem. Ik betrek de problemen gewoon op mezelf. Wat zou ik doen? Hoe zou ik reageren? Zou dat genoeg zijn voor één op twee? Of zou ik er nog de woorden ‘incentives’ en ‘praxis’ tegenaan smijten? Bestaat er een google translate machine die gewone taal omzet in gewichtige woorden? Of zijn er lezers van deze blog die toevallig al een diploma politieke wetenschappen hebben en mij wat willen helpen? Of misschien is Nederlandse Taalkunde een betere optie. Freek Braeckman?  Het nieuwsanker dat het Dictee won, perfecte combinatie. Voelt u zich vooral aangesproken, professoren (in spe) en filosofische brievenschrijvers, drummers met het hart op de juiste plaats, verpleegsters, sociaal werkers, ambtenaren, stagiaires of marsmannen. De winnaar krijgt een gratis koffie in de Mokabon en mijn eeuwige dankbaarheid.

Misschien

Ik weet niet of er genoeg tijd is en genoeg woorden, maar ik wil schrijven, al is het maar voor even. Ik wil me graag wat rustiger voelen, maar misschien is onrust wel voor altijd in één adem met mijn naam uit te spreken. Ik heb mijn examenrooster gekregen en het zit vol maar niet té, het is haalbaar. Ik heb mijn werkuren gekregen, op kerst en oud en nieuw, ik had daar zin in. Ik heb gehoord dat my long lost friends bij mij zullen zijn wanneer de 11 een 12 wordt en dat er weer effectief geregeerd zal worden in dit land. Ik heb gehoord dat men weer brieven schrijft, met de hand, en die door een postbode op de fiets laat bezorgen. Ik heb gezien dat de Meelstraat weer volledig is, dat het er warm is, en gezellig, en dat er nog steeds en bos rozen onder de trap hangt.

Iemand zei me gisteren dat mijn leven nu niet meer zo spannend is als dat van een ander, en ik kon niet stoppen met eraan te denken. Wat betekent spannend? Gisteren zat ik op de trein naar huis om mijn kleine zusje/metekindje haar sinterklaas te geven. Mijn vader stak met kranten de haard aan, mijn zus ging joggen, mijn stiefbroer lag ziek in de zetel en toen loste mijn stiefmama hem af, mijn moeder kwam me halen, wandelde met me naar het station, en op twee uur had ik mijn familie gezien. Een blitzbezoek zouden ze dat noemen als ik een belangrijk persoon was. Mijn vader drukte me op het hart vooral goed te slapen. Ik luisterde.

Misschien maken wij onze spannende verhalen zelf, in ons hoofd, in ons hart, ver weg van de schijnwerpers, van de straten, van de blogs. Misschien is één quote uit één liedje genoeg om alle stoere verhalen te vervangen. Misschien is één koffie op de juiste plek genoeg. Misschien is één melodie, één woord, één zucht, één hand die wat klam is, omdat warmte en koude elkaar daar raken, misschien is één keer glimlachen genoeg.

Ongeordend

Ik weet dat het hier stil is geweest, zoals het hier soms kan zijn, waarbij de stilte meer vertelt dan alles wat ik u hier zou kunnen voorschotelen. Mijn hoofd is vol, en luid, als een kotfeestje waar net genoeg mensen zijn om de ruimte te vullen. Ik was daar gisteren, en ik voelde mij normaal. Ik kende wat mensen, van zien, van de dag ervoor, van horen zeggen. Ik wist zowaar welke conversaties te voeren, en wanneer, en dat ik niet te veel mocht drinken omdat ik de dag erna, vandaag dus, moest studeren.

Het is hier stil omdat ik het niet geordend krijg, de gedachten, de verhalen, de avonturen. Het is hier stil omdat ik zelf nog niet weet hoe de verhalen zullen eindigen, uit angst, omdat dat ene einde mij nog steeds achtervolgt. En ik zou elke dag het spijt me in grote letters op het asfalt willen schrijven, daar aan die tramhalte waar ik nu al drie weken dagelijks voorbijfiets. Ik zou liever geen nachtmerries hebben over dat je er plots niet meer bent en ik geen afscheid heb kunnen nemen. En ik weet dat ik daar dan maar eerder had aan moeten denken.

En dus ga ik verder, ik trotseer de nieuw aangekomen koude en mijn al eerder aanwezige neiging tot overdreven dramatiek. Er is verse soep en ik kan mijn naam al in het Russisch schrijven. Ik kan mijn koude handen opwarmen. Ik kan de kick charleston en de tip charleston al dansen. Ik kan al geloven dat er een dag komt waarop alles goed zal zijn, al is het maar voor even.

Nu hou ik me nog even vast aan het verleden en wat het mij hopelijk elke dag nog leert. (Dat mijn muts en mijn handschoenen ruiken naar een muffe kist, bijvoorbeeld. En dat elke liefde sporen nalaat, in je hoofd, in je hart.)

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.