Feeds:
Berichten
Reacties

Roomer

It has been a while. And it has changed languages. My American colleague corrects me every time. Because I say ON the barbeque, in stead of AT. And it ís a risk of course, writing in a language you claim to know but you actually don’t. The quality goes down. The amount of potential readers goes up. 

It must be the city. Not that I am doing anything special. Today I went to work, for example, I came home, made mashed cauliflower, potatoes and carrots, listened to Taylor Swift (of all people, I know) and danced on my bed with a glass of Roomer in my hand. Just because I could. 

I have moments in which I wonder. About all my classmates in high school who studied medicine, and are becoming a doctor now… It could have been me. I am working for a multinational company, at my own desk, with pictures of my boyfriend making funny faces. I am the typical little corporate girl. I am ashamed maybe, but I love it. I love to have waffles at the little cafe next to Tempelhofer Feld, with my crazy beautiful friend who is a social worker and her boyfriend who is Irish, from London, who has those never ending stories. 

Love is in the air. People are getting married and having babies. Yes this is Berlin. I have never been to one club. Ow. Yes. One time. I arrived at five am and left at six. I slept on the s-bahn but I was so happy.

I am wondering every day how my story will go on. And in which language. Will it be German? Spanish? French? I have a bet with my boss that I will be fluent in all three of them by the end of the year.

Corrections of my English are very welcome. But don’t be too harsh. You want me to ever write again, right?

Advertenties

New in town.

Ik ben nu vier en een halve maand in Berlijn. Het is zondagochtend, de koude buiten snijdt je in het gezicht en dringt door tot in je botten. Ik zit in de keuken van mijn flat op de zesde verdieping. Ik drink winterthee en de zon trekt strepen door de ruiten. Gisteren zag ik een film over het leven in de DDR. Ik dronk limonade en achteraf at ik een blueberry muffin. Bij het buitengaan hoorde ik flarden van een gesprek. Hoe het is als nieuwkomer in Berlijn. Hoe je telkens nieuwe mensen ontmoet, en je beste gezicht opzet, hoe je niet te enthousiast wil overkomen maar het telkens wel weer bent. 

Eergisteren zat ik in de filmkunstbar in Kreuzberg. Met nieuwe mensen. Ik zette mijn beste gezicht op en probeerde niet te enthousiast over te komen terwijl ik het duidelijk wel was. Ik mocht geen alcohol drinken maar kon een enkel shotje wodka niet weerstaan. Het werd later. De ober begon stoelen weg te nemen van iedereen die opstond om een drankje te bestellen. Plots stonden we te dansen. Het meisje met het korte haar en het verfijnde gezicht had me uitgenodigd. Dat was het belangrijkste. Ik had een vriend gemaakt die zelf haar gsm nam en mij uitnodigde. 

En ik was een stukje zekerder hier in Berlijn. Het is een grote leerschool. Je komt ergens aan zonder vrienden, zonder netwerk, zonder houvast. Je bent toch zo sociaal hoorde ik dan. Ze hebben mijn hart niet horen kloppen elke ochtend toen ik naar mijn werk vertrok, mijn mond vol tanden niet gezien toen mijn baas me in het Frans aansprak en ik in tegenstelling tot de ´zeer goed´op mijn cv geen enkel woord kon terugzeggen. Ze hebben de herhaling van mopjes en leuke opmerkingen in mijn hoofd niet gehoord voor ik ze luidop uitsprak, telkens ik nieuwe mensen ontmoette. De babyshower, het kerstfeestje van het werk, alleen gaan lindy hoppen, een Engels-Duitse uitwisselingsnamiddag, alleen naar een workshop over interculturele interviewtechnieken, naar de Russische les, naar de dokter als je ziek bent. 

Maar dan krijgt je huisgenote plots bezoek, en word je meegevraagd, en beland je in een bar in hartje Schöneberg, waar de ober pas recent vrouw is geworden, en een man in een brandweermankostuum een andere man over de bil wrijft, waar de koffie met Baileys geserveerd wordt en de taartjes vettig zijn. Dan is er een last-minute operabezoek, waar je in de rij moet staan voor de laatste goedkope tickets en vrouwen in baljurkjes pretzels uit een serviet eten. 

‘Ik vond de mezzosopraan zeer goed.’
‘Was dat de man in de witte broek?’

En zo leerde ik ook nog dat sopranen altijd vrouwen zijn. Mijn date had een brikje melk in haar handtas en zat boordevol verhalen. 

In de keuken op het werk, aan de koffiemachine, op haar eerste werkdag, leerde ik Desi kennen, een lief, vrolijk, swingend Bulgaars meisje dat me vergezelde naar films, cocktailbars en pizzeria’s. Ze nodigde me uit voor de harlem shake met onze afdeling en we gingen lunchen aan het water. Ze bracht me cupcakes in de pauze en ik liet haar de koekjes van de marsman proeven.

Ik zou het nog geen netwerk noemen, maar langzaamaan heb ik hier en daar iemand die samen met mij enthousiast wordt, met mij de sneeuw trotseert, die samen met mij een kop koffie met beide handen omklemt, een taartje deelt, een ervaring, een wandeling, een verhaal.

En de stad voelt elke dag een beetje minder vreemd, een beetje meer mijn thuis.

De Toren

Ik herinner het me zeer goed. De televisietoren op Alexanderplatz. Ik zat in de newcomer training tussen allemaal Duitse jonge vrouwen mooi opgemaakt. Ik was net te laat, had een croissant mee, droeg een dikke trui met een eland op, en geen make-up. Ik wilde terug naar mijn bureau, waar de Vlaamse meisjes vrolijk lachten en niemand op hakken liep. En toen zag ik de toren. Door het kleine raampje. En ik moest glimlachen. En ik bedacht, daarover ga ik schrijven, over die toren, die van overal in Berlijn te zien is, en die mij altijd doet glimlachen. Het was 2 december. Het heeft even geduurd.

Die toren herinnert mij telkens weer aan Berlijn. Ik ben in Berlijn. Ik wandel vaak alleen door de sneeuw, het wordt hier vroeg donker, dan is de toren verlicht. En hij biedt mij die houvast. Dit is de plaats waar ik woon, en waar ik blij en rustig ben.

Niet altijd natuurlijk. Een keer barstte ik in tranen uit op het werk. De volgende ochtend kreeg ik een bloemetje van de grote mond met het kleine hartje. Soms overdondert het mij allemaal en wil ik gewoon alleen zijn. Meestal is het gewoon gezellig in ons gemoedelijke bureau. We kunnen onszelf zijn en met elkaar lachen. Soms krijg ik een foto-postkaartje met een mooi paar ogen naast dat van mij. We lachen allebei en alles is goed. Daar kijk ik dan naar wanneer ik me alleen voel.

Ik woon in Schöneberg. Dat is niet de hippe buurt maar ik woon hier graag. Het is warm op mijn appartement en het water van de douche wordt meteen heet, dat heb ik graag. Mijn huisgenoten zijn rustig en vriendelijk en af en toe spreken we Duits. Friedrichshain heeft de leukste winkeltjes en restaurantjes. Prenzlauer Berg verkocht mij een nieuwe bril, lekker hip, zoals de gezinnetjes met dure kinderwagens en kindjes in skipakken met grote mutsen. Kreuzberg is een beetje vuil. Je moet soms goed zoeken, en dan vind je iets moois.

Waarom ik niet meer schrijf. Die vraag krijg ik nog steeds. Soms voel ik me eenzaam. Maar dat had ik in België ook. Soms voel ik me rustig. Dan kom ik na het werk mijn huis niet meer uit. Heel soms doe ik eens zot en ben ik sociaal. Ik praat elke dag met mijn geliefde. Ik mis hem. Maar ik verlang ook naar hem, ik ben nog steeds blij met hem, ik hou nog steeds van hem. Dit zeg ik omdat mensen het soms niet begrijpen. Wie laat nu zomaar zijn geliefde achter?

We wonen in een klein land. Soms vertegenwoordigt een dorp een hele wereld. Soms moet je verder kijken, omdat het mooie, wondermooie Gent toch wat klein blijkt te zijn. Omdat je je afvraagt hoe het gras er wat verder uitziet, of de sneeuw.

Kom je met me mee, straks? Hier, of daar, of ergens anders? 

Bill Evans ligt op en ik heb net koffie gezet met toiletpapier als filter. Dit zou het goede moment kunnen zijn om even te bloggen. Ik moet nog wat wennen aan mijn Duitse toetsenbord. Op mijn eerste avond heb ik namelijk een glas water over mijn niet kapot te krijgen laptop gegooid en het onmogelijke klaargespeeld. Er waren wat traantjes ja. Maar dit nieuwe geval kostte weinig en kan ook weinig maarja ook Duitsland is kapitalistisch dus voor mij geen zotte laptop momenteel.

Wel een zotte job. Vergeef mij mijn taalgebruik. Het is lang geleden en men heeft mij daar uitgeput, onder die retrotoren in Friedrichshain. Het was iets voor negen toen de veel te actieve meneer Guillaume – mijn baas – in het Frans vanalles begon uit te leggen en ik alleen maar kon knikken. Ik was nog wat rood van de kou en de vermoeidheid terwijl hij mij zeer levendig uitlegde dat de watermachine ook water met bubbels kon maken en de koffie uit de koffiemachine ook gratis was. Check! Hij loodste mij langs al mijn toekomstige collega’s bij de teams België, UK, Frankrijk, Italië en Spanje en brabbelde alle talen door elkaar. Ze waren stuk voor stuk vriendelijk en enthousiast. Ik moest ook al mee naar een meeting over recruteringskanalen en mijn collega meldde doodleuk dat ik haar vanaf dan zou vervangen in die meetings. Er was ook al een training over een programma waar ik maar wat bijzat en we gingen naar buiten lunch halen om die dan in de keuken op te eten. Het meisje dat mij aanworf en dat ik heel leuk vond was ook vandaag zeer lief. Ze gaaf me tips over bankrekeningen, gsmoperatoren en Duitse les.

Wat mij ook is opgevallen: de meeste collega’s zijn vrouwen en de meeste zijn hun Duitse man of lief achterna gekomen. Op dat vlak ben ik zeker een uitzondering. Ik vertelde wel wat over mijn boyfriend en dat hij jazzdrummer is, daarmee kan ik altijd scoren (danku Janlief!), en iedereen vond het moedig dat we het probeerden. En dat Berlijn een jazzstad is. Ik krijg ook een verhuis-vrije dag bovenop al mijn andere vakantiedagen. Maar er moet ook hard gewerkt worden, dat voelde ik al meteen.

Ik denk niet dat ik het slecht gedaan heb. Ik heb ook al drie keer bloemkool gegeten sinds ik hier ben, het was een gigantisch geval. Ik zocht vergeefs naar veggieburgers in de supermarkt maar ze hadden enkel veggie bratwurst en veggiefrituurbrol. Ik woon natuurlijk niet in het hippe Kreuzberg of Prenzlauer Berg waar ze zeker overal biowinkels hebben. Maar volgende week komt de marsman al en die zal me zeker daarheen willen vergezellen.

Ik vond ook al een appartement in Schöneberg, een buurt waar ik alleen nog maar in het donker was, maar naar het schijnt erg leuk ook. Het is een jaren zeventig gebouw, a la Home Boudewijn voor zij die mij al lang kennen, met graffiti op de muren en het geluid van wenende kinders dat door de gangen schelt, maar de flat is gezellig en mijn toekomstige huisgenoten zijn lief en rustig. Carina is 24 en Duits en wereldwijs, Kian is Iraans en een beetje vaderlijk. Er staat een groot bed in mijn kamer en dat is ook belangrijk.

Ik moet dringend een dikke jas kopen. En een grotere handtas zodat ik mijn lunch niet in een apart zakje moet meebrengen. En voor wie mij komt bezoeken, één gouden cadeautip: breng series en muziek mee! Illegaal downloaden wordt hier beboet. Het was daarnet op het nieuws en mijn collega heeft al eens een rekening van 1000 euro in haar bus gehad voor het downloaden van één film… Ook Grooveshark werkt hier niet en aangezien mijn computer kapot is kan ik nu enkel naar muziek luisteren op Youtube. Hopelijk is dat ook niet illegaal!

Plannen voor de komende dagen:

skypen met mijn geliefde
mij inschrijven voor Duitse les
een bankrekening openen
een Duitse simkaart bestellen
een muziekschool zoeken zodat ik weer piano kan leren
bloggen, om jullie te plezieren

Sorry voor het ratelen. Maar ik ben ver weg en heb enkel jullie om tegen te praten!

Zondagskrant

Ik vind de Schaapstal mooi. Zo met dat gras dat wat lager ligt dan de rest. Daardoor lijkt het alsof het Belfort toch nog de ruimte krijgt die het verdient. Elke dag wanneer ik er langs fiets erger ik mij aan de losliggende stenen en niet aan dat gebouw. Ik hou ook niet van regen, en van grote auto’s in het centrum. Ik ben een egoïstische fietser. Of moet ik eerder zeggen offensief? Ik denk altijd ik stoot niets uit behalve mijn adem en dus krijg ik voorrang. Dat soort opportunisme is mij niet vreemd. Straks ga ik met een tweede lege pot choco naar een tweede wereldwinkel om een gratis pot. Omdat ik mij toch wat schuldig voel heb ik wel al koffie en chips daar gekocht.

Het is eens een interessante krant vandaag. Lance Armstrong wordt ontmaskerd. EU krijgt de Nobelprijs. Psychiaters verkrachten patiëntes. Daniël Termont zal de verkiezingen winnen in Gent. Ik ga op Groen stemmen in Wevelgem. Dat staat niet in de krant maar dat is mijn persoonlijk nieuws. Gisteren ging ik naar een documentaire op het Filmfestival over Marina Abramović. We gingen daarna niets drinken in de Vooruit. Hun prijzen zijn te duur geworden. We fietsten naar de Faja Lobi, alwaar de Surinaamse drankjes speciaal smaken en het lekker warm is. We praatten wat over de liefde. Ik schrijf hier niet vaak meer over de liefde, tenzij omfloerst en onduidelijk. Dat komt omdat het ingewikkeld is en omdat er veel verhalen door elkaar lopen die ik niet goed kan verklaren.

En privacy natuurlijk. Wie had gedacht dat ik mij daar ooit zorgen over zou maken.

Hoe het met mij gaat is moeilijk te beschrijven. We hebben allemaal onze boontjes te doppen. Onze verhalen samen te rapen, onze moed, onszelf, omdat het te lang geleden was. Het is niet altijd gemakkelijk om lief te hebben. Ik schrijf dit niet voor mij maar voor ons allen. We doen ons best. Dat moet ik steeds weer tegen mezelf zeggen. Het mag fout lopen, zolang het maar met hart en ziel was, oprecht, nodig. ’s Nachts praten over moeilijke dingen en de waarheid zeggen. Fouten maken. Toegeven. Op twee paarden wedden. Diep in je gedachten alles willen, en niet gewoon wat je toekomt. Die balans tussen jezelf en de ander. Hoeveel wil ik en hoeveel krijg jij. Wat geef ik op en wat hou ik bij me. Wat eten we vanavond. Schrijf je mij nog een brief. Hou je nog van mij. Hoe kan ik het zeker weten?

Ik wens iedereen succes. Ook mezelf. Ik wens ons allemaal het beste met onze zoektocht. Ik ga er vanuit dat jullie het ook soms niet weten. Dat je soms ook wakker ligt en je afvraagt waar het allemaal naartoe gaat. Welke verantwoordelijkheden de jouwe zijn en welke je aan je aard en natuur kunt toeschrijven.

Niet elke relatie heeft Instagram.

Rode Birkenstocks

Ik laat me altijd weer vangen aan de zomer. Ze ziet er mooi uit, onschadelijk, maar ze laat vaker dan mij lief is een klein onzichtbaar spoor van verderf na. Het zijn de gedachten die mij achtervolgen. De liefde die door mijn hoofd spookt. Een picknick in het park wordt dan plots een scene uit een dramatisch verhaal. De citroentaart was wel heerlijk, en het samenzijn met de marsman ook. Het is goed om te weten dat wij elkaar een tijdlang niet zagen door verwikkelingen en supermarkten en niet omdat de vriendschap minder belangrijk werd.

Er was ook een STUC-avond in een mooi appartement. Drie van ons hadden al een echte job, met echt geld en maaltijdcheques. Wij meelstraters wachtten toen nog op onze punten, op onze toekomstige werkgevers en dus eigenlijk een beetje op onze toekomst. Zij heeft net groen licht. Ik wacht nog. Ik weet alleen niet goed op wat. Op een jaar werken in die verre grootstad? Op nog een jaar op de schoolbanken tussen mijn Russische vriendjes? Op een hels gevecht tegen vacatures? Op een onvermijdelijke depressie? Ik gebruik dat woord misschien te licht maar ik bedoel gewoon een droevige periode.

De zomer viel al bij al mee. Er was niet té veel regen, niet té veel drama, alleen kleine ergernissen en een lief dat snurkt. Ik heb mij wel geliefd gevoeld, in mijn huis, op verplaatsing, boven een glas wijn bij een gesofisticeerd dessert in die eeuwige zetel in dat eeuwige café. In de kortste mails ter wereld. In de mopjes van mijn lief. In de troostende woorden van mijn ouders toen mijn nakende diploma plots heel ver weg leek.

Het gaat goed met mij. Ik ben alleen wat onrustig. Het gaat regenen denk ik. Of toch weer niet.